Preek van Ds. Hetty Boersma op zondag 17 februari 2019

 

Gemeente van Christus,

In het klooster waar ik afgelopen twee dagen met een studiegroep was, bidden de zusters vaak en veel. Ook ’s nachts. Zeer vroeg in de ochtend, om half vijf, gaan ze naar de kerk om psalmen te lezen en te bidden. Ik heb het een eerdere keer wel ’s geprobeerd om mee te doen, maar het lukte me niet. Het viel me te zwaar om midden in de nacht mijn hoofd van het kussen te halen en mijn dromen mijn dromen te laten. Daarom heb ik deze week de mogelijkheid laten lopen. Mijn eerste dienst was zeven uur. Ook vroeg, maar toch…, de kloosterzusters laten de uiterst vroege dienst niet voor wat-ie is. Zij kiezen er bewust voor om midden in de nacht wakker te worden, te waken. Waarvoor eigenlijk. Wat heeft dat nou voor nut…? Ik denk dat de Bijbeltekst van vandaag ons daarop een antwoord geeft.

Koning Ahasveros is wakker. Hij kiest er niet bewust voor, maar hij is het wel. De slapeloosheid overvalt hem. Misschien heeft hij de vorige avond te zwaar getafeld of te veel gedronken. Zorgen of problemen zullen het niet zijn. De koning doet toch steeds wat anderen zeggen. Misschien heeft Ahasveros de afgelopen tijd wel te veel geslapen en lukt het hem daarom niet om de slaap te vatten.

Hoe dan ook. De slapeloosheid is voor hem persoonlijk niet prettig, maar voor Mordechai en zijn volk is het een godsgeschenk. Want de slapeloosheid van de koning maakt dat hij zich laat voorlezen uit het geschiedenisboek van zijn rijk. Hierdoor ontdekt hij dat Mordechai een tijd geleden een moordaanslag op hem heeft verijdeld. Door de slapeloosheid van de koning ontstaat dus zijn plan om Mordechai alsnog hiervoor te belonen. En zo wordt door de slapeloosheid van de koning de zo schijnbaar onomkeerbare werkelijkheid toch omgekeerd. Na deze nacht zal niet Mordechai laag zijn en Haman hoog, maar Mordechai hoog zijn en Haman laag. De laatste wordt de eerste en de eerste de laatste.

Waar wakker zijn niet allemaal goed voor is.

Zelf ben ik slechts zelden een nacht wakker. Weet u, weten jullie. Soms komt het voor dat ik ook overdag niet helemaal wakker ben. Dan ben ik gewoon op. Ik doe de dingen die ik moet doen, ik praat en luister, ik denk, lees, schrijf. Maar toch… ik ben er niet helemáál. Bij de mensen, de dingen, de wereld. Er is een gedeelte van mijn bewustzijn in slaap. Niet echt aanwezig, niet alert. Ben ik daarin de enige?

Ík vermoed van niet. Eerlijk gezegd denk ik dat we er niet alleen als individuen, maar ook als gemeente én als samenleving wel eens ­– of misschien wel vaak – last van hebben. Dat we óp zijn, maar toch half slapen. Dat we een beetje doorsukkelen. Er zijn geen grote problemen. De dingen gaan zoals ze gaan. Afgezien van wat dagelijkse beslommeringen en akkefietjes is er niets om wakker van te liggen. Is er echt niets om wakker van te liggen? Of zijn we inmiddels zo dromerig en slaperig dat we niet willen of kunnen zien dat er wel degelijk van alles is om wakker van te liggen…?

In het Nieuwe Testament maant Jezus de leerlingen wakker te blijven terwijl hij op de berg gaat bidden. In de gelijkenis vallen de dwaze meisjes in slaap en blijven de wijze meisjes wakker. Paulus zegt: ,,blijf wakker, want de Heer komt als een dief in de nacht.’’ Bij al deze teksten gaat het er niet om dat we ons bed wel naar kringloop kunnen brengen en dat we het slapen kunnen opheffen. Dat is een veel te letterlijke interpretatie. Het gaat er om dat God van ons een attente levenshouding verwacht, ontvankelijk, open, alert. Hij vraagt van ons opmerkzaamheid. Om zo de tekenen van Gods aanwezigheid te horen en te zien. De doorwaakte nacht van Ahasveros stelt hem in de gelegenheid zich te laten voorlezen. Uit de boeken hoort hij dat eens zijn leven gered is, door een jood, door Mordechai. Ook wij kunnen ons met onze wakkere oren laten voorlezen, uit de Bijbel bijvoorbeeld, en zo horen hoe wij gered zijn. Door God. Dit horen kan ons leven en dat van anderen veranderen.

Is Haman wakker? In mijn beleving lijkt het er eerder op dat hij slaapwandelt. Haman handelt en wandelt in de waan van eigendunk en macht. Alles en iedereen moet hem daarin bevestigen. Zijn vrouw en vrienden, zelfs zijn vijanden. In geen geval wil Haman uit zijn zelfzuchtige droom worden gewekt. En dat is nou net wat Mordechai wel doet. Hij beeft niet van ontzag en zo prikt hij de bubble, de luchtbel, van Haman door,

Ik vraag me af uit welke droom wij niet willen ontwaken. Ik vraag me af aan welke illusie wij ons vastklampen. Ik denk daarbij niet meteen aan de waan van Haman, die van overdreven eigendruk en machtswellust. Ik denk eerder aan bepaalde denkbeelden waar we nooit iets tegen willen horen. Bijvoorbeeld dat armoede iets van alle tijden is en dat je dus niets hoeft te doen om deze armoede te bestrijden. Of dat het onzin is je over klimaat of het milieu druk te maken, want andere mensen doen dat ook niet. Of dat Rutte nooit gelijk kan hebben want hij is rechts. Tal van ideeën of overtuigingen, linkse, rechtse, of juist gematigde , kunnen verworden tot een luchtbel, een bubble, die ons in een halfslaap brengen. We willen alleen maar bevestigd worden. We praten alleen met mensen met dezelfde mening,. Vind je ook niet… zeggen we dan tegen onze familie en onze vrienden op facebook. Met gelijkgestemden zitten in dezelfde droom, dezelfde luchtbel. Maar wat nu als er iemand komt die onze luchtbel doorprikt, een totaal ander geluid laat horen. Wat nu als er iemand is die uit de droom helpt, ontregelt, wakker maakt…

In het verhaal is het Mordechai die Haman wakker schudt. Maar Haman wil dat niet. Hij wil maar een ding, en dat is in zijn eigen droom blijven. Dus moet de lastige onaangename man die hem uit zijn slaapt houdt dood. Zo blijft Hamans gevangen in zijn eigen zelf­zuchtige droom en blijft hij blind en doof voor de werkelijkheid. De werkelijkheid, waarin niet hij, maar Mordechai moet worden geëerd.

En God dan? Hoe zit het met hem? Waar is hij? Hij wordt in het bijbelboek Ester niet één keer bij name genoemd. Het is dan goed dat we de Bijbel een beetje kennen en dan vooral de psalmen, qua kerklied het favoriete genre van onze jubilerende organist. Die psalmen spreken over onze God als een God die wakker is. Hij sluimert niet, Hij slaapt niet, de wachter van Israël. De psalmen vertellen over God die hoogmoedigen doet vallen en vernederden verhoogt. Het is deze God wiens werkelijkheid in dit verhaal aan het licht komt en die ook in ons leven aan het licht wil komen.

Vandaag, morgen en altijd. Amen