De oogst is groot

 

Preek 19 mei 2019. Afscheid en Bevestiging ambts- en taakdragers

 

Lezingen: Efeziërs 4, 11-16 en Matteus 9, 35-38

 

Gemeente van Jezus Christus,

De oogsttijd is een periode van hard werken. Dat was vroeger zo, in Bijbelse tijden, maar nu net zo goed. Dat kunt u mij beter vertellen dan ik u. En dan gaat het niet alleen om de tijd dat de aardappels de grond uit moeten, het gras gemaaid of de mais geoogst. Ook de lammertijd van bijvoorbeeld geiten zouden we als oogsttijd kunnen typeren. Hoogseizoen heeft Karla Hutten me zelf verteld. Zij, haar man en de andere mensen op hun bedrijf werken in die maanden van ’s ochtends vroeg tot ‘s avonds laat. Niet bij wijze van spreken, maar echt.

Een intense periode, van hard werken, teleurstellingen, maar – als alles goed is gegaan – ook van vreugde. Zo zouden we de oogsttijd kunnen benoemen. Ik heb zo’n idee dat Tinus, Margriet, Janine, Sylvia, Gea, Karla, Alie, Gert, Henk en Albert hun werktijd in de kerk soms ook zo hebben ervaren. Nee, nachtelijke activiteit zat er niet bij – dat mag ik tenminste hopen – maar verder kostte hun werk voor de kerk veel inzet en tijd. Er moest vergaderd worden, bezoeken worden afgelegd, telefoon­tjes en mails beantwoord, plannen gemaakt en uitgevoerd. En al deze taken kwamen bovenop hun andere dagelijkse taken. Nee, lieve gemeente, we hoeven het werk van onze ambtsdragers en andere taakdragers niet te onderschatten. Maar ik hoop dat het niet alleen zwaar voor ze is geweest. Ik hoop dat ze er vreugde van mogen ervaren. Dat ze niet alleen het gevoel van ploeteren hebben gehad, maar ook het gevoel van te mogen oogsten.

Zijn zij en alle vrijwilligers in onze kerk de arbeiders waar Jezus volgens Matteüs om bidt? Nu, ik denk het eigenlijk wel. Alleen: Jezus heeft het over een gróte oogst en over wéinig arbeiders. En dit laatste kan ik nu niet zomaar beamen. Want hoewel wij als gemeente zeker vacatures hebben, zijn toch ook nu weer mensen bereid om zich voor een periode extra in te zetten, om het werk over te nemen van degenen die afscheid nemen. Maar wát is hun taak? Wat moeten ze doen? Jezus heeft het over de oogst. Die moet binnen gehaald worden. Maar wie of wat is de oogst? Wie of wat moet er binnengehaald worden? Het moet mij trouwens wel van het hart dat het woord binnenhalen bij mij niet zulke positieve associaties oproept. Alsof mensen – of ze het nu willen of niet – de kerk in gesleurd moeten worden. Eerlijk gezegd geloof ik daar totaal niet in.

Het interessante daarom aan dit bijbelstuk is dat Jezus naast het beeld van de oogst, ook nog een ander beeld plaatst, namelijk dat van de schapen zonder herder. Díe heeft Jezus op het oog. Zíj zijn de oogst waar hij zich druk om maakt en hij wil graag dat zijn vrienden zich óók druk om hen maken.

Als Jezus aan het werk is, kijkt hij om zich heen en hij ziet hulpeloze, uitgeputte mensen. Hij ziet hen, en hij krijgt medelijden, of klassieker gezegd: hij wordt met ontferming bewogen. Dat wil zeggen: de pijn van de mensen, hun lijden en nood, doet ook hem pijn, diep in zijn binnenste. Het is voor deze mensen dat er arbeiders nodig zijn, werkers die net als Jezus bereid zijn zich te laten raken door de pijn en de zorgen van anderen. Werkers die willen troosten, helen, perspectief willen bieden, richting.

Hulpeloze, uitgeputte mensen, schapen zonder herder. Waar zijn die? Wie zijn de schapen zonder herder? Ik denk aan mensen die Gods liefde niet kennen. Of die bewust kiezen voor een leven zonder deze liefde van God. Liever leven ze een leven waar alleen hun eigen ik bovenaan staat of waar het enkel gaat om hebben en houden. Of ze kiezen niet zelf voor een levensweg, en laten zich ondertussen leiden door de reclame, de meningen op Facebook en Twitter. Kortom, bij de schapen waar Jezus zich zorgen over maakt denk ik aan mensen die geen richting hebben of een verkeerde richting, die geen centrum in hun leven hebben of het verkeerde centrum. Ze zijn dwalende en hebben een leraar nodig.

Met hen is Jezus bewogen. Hij wil ervoor deze mensen zijn. En het is daarom dat hij langs steden en dorpen trekt en onderricht, uitlegt, leert. En nu zijn wij als kerk Jezus’ lichaam. Zijn handen en voeten. Samen kunnen en mogen wij doen wat hij heeft gedaan.

Bij de hulpeloze, uitgeputte mensen, denk ik trouwens ook aan een heel andere groep. Ik denk aan jonge mensen die verdrietig zijn omdat ze het niet redden in de wereld van succes en carrière. Ik denk aan kinderen die hun ouders kwijt raken aan de dood. Aan harde werkers die thuis zijn komen te zitten omdat ze overspannen zijn of burn-out hebben. Niet wetend wat ze nou moeten met hun tijd, met zichzelf. Ik denk aan ouderen die steeds opnieuw afscheid moeten nemen van hun leeftijdsgenoten. Steeds worden ze een stukje eenzamer. Met steeds minder mensen kunnen ze hun verleden delen. Kortom ik denk aan mensen die genezing nodig hebben, heling, dat wil zeggen bevrijding van hun angst, verdriet of ongeluk.

Met hen is Jezus bewogen. Hij wil er voor deze mensen zijn. En het is daarom dat hij langs steden en dorpen trekt en geneest en heelt. En nu zijn wij als kerk Jezus’ lichaam. Zijn handen en voeten. Samen kunnen en mogen wij doen wat hij heeft gedaan.

Ja, als we het zo bekijken, is de oogst inderdaad groot. Want er zijn heel veel mensen die zoeken naar de juiste richting. Er zijn ook heel veel mensen die zoeken naar heling en bevrijding. Binnen en buiten de kerk. Er zijn velen die goed nieuws willen horen en die best zo iemand als Ina, Bertha, Jeanet of Renate kunnen gebruiken. Iemand die zich door hun nood of pijn laat raken. Iemand die als onderdeel van Jezus’ lichaam wil luisteren, een helpende hand wil bieden, of die gewoon in stilte bij ze wil zitten, omdat er geen woorden meer over zijn.

Ja, als we het zo bekijken is de oogst inderdaad groot. Maar gelukkig zijn er arbeiders die Jezus en zijn koninkrijk present willen stellen. Door te praten en te luisteren, te werken en te bidden. Door er te zijn voor de ander.

En toch blijft er nog wat bij me haken. Want ik zie hier in de kerk vele mensen die arbeider in de oogst willen en kunnen zijn, getuigen van Gods koninkrijk. Ik zie u en jullie voor me. Krachtige, sterke gelovigen, die aan de slag gaan voor Gods zaak. Maar aan de ander andere kant, zie ik in u en jullie en in mezelf ook schapen, mensen die bij tijd en wijlen moe zijn of zelfs uitgeput. Mensen die weet hebben van Jezus en Gods liefde, maar hem soms gewoon kwijt zijn. Mensen die van alles kunnen, maar soms ook zo hulpeloos zijn.

Wie zag Jezus nu toen hij die mensenmenigte zag? Zag hij alleen de grote groep anonieme mannen en vrouwen, of zag hij ook zichzelf en zijn vrienden? Ik weet het niet. Maar voor mij zelf is het niet mogelijk om onszelf – christenen, kerkmensen – alléén als arbeiders te zien, die moeten werken, die inzet moeten tonen, die Jezus’ handen en voeten moeten zijn. Ja, we zijn het wel, en we worden er ook toe opgeroepen, maar ik zie in u, jou en ook in mij ook nog steeds dat schaap, dat af en toe de verkeerde kant op gaat, dat willens en wetens de kudde verlaat of dat soms gewoon bescherming nodig heeft.

Wij gewone kerkmensen zijn zowel schaap in Jezus’ kudde als ook arbeider. Soms ligt het accent op het een, soms op het ander. En soms is er zelfs een periode in je leven dat het arbeider-zijn even heel duidelijk is. Dan word je ouderling of diaken of neem je een andere taak op je. Dan moet er werk verzet moet worden. Maar zélfs als arbeider of misschien juist als arbeider ben je ook schaap, dat wil zeggen een mens die steun nodig heeft en richting.

Laten wij daarom elkaar behoeden en bewaren. In Jezus’ naam. Amen