Gemeente van Christus,

Kletspraat. Dat zeggen Jezus’ vrienden als de vrouwen van het graf teruggekeerd zijn. Een dode die leeft. Dat kan niet. En ook al heeft Jezus van te voren aangekondigd dat hij na drie dagen zou opstaan…dan nog. Ze kunnen niet met deze boodschap meegaan. Natuurlijk was Jezus een toffe gast. Een leraar. Een genezer. Echt iemand om graag bij in de buurt te zijn. Maar helaas is hij een vroege dood gestorven. Zijn vrienden willen hem nog wel gedenken, hoor. Elk jaar zullen ze op zijn sterfdag een kaarsje branden. En Jezus’ wijze lessen volgen ze zo goed en zo kwaad als het gaat op. Maar die vrouwen, die moeten nu een keer hun mond houden. Met hun rare praat over een leeg graf, mannen in witte gewaden en een dode die leeft.

Dat is hokus pokus gedoe, vaag gezwets. Daar heb je niks aan. Kijk, geloven is misschien best wel een mooie bezigheid. Zo af en toe. Je leven krijgt er toch wat inhoud van en soms ook wat kleur. Maar we moeten wél een beetje realistisch blijven, redelijk en verstandig. Trouwens, natuurwetten zijn niet voor niets natuurwétten. Die zijn niet te veranderen, ook niet door een God, waarvan je niet eens zeker weet of hij bestaat.

Lange tijd hebben mensen gedacht dat het christelijk geloof om deze reden een stille dood zou sterven. Omdat er zwarte gaten in de ruimte zouden worden ontdekt, zou het geloof in de hemel verdwijnen. Omdat medicijnen worden uitgevonden, zou men stoppen met bidden, en omdat er meer voedsel is en welzijn, zouden mensen niet meer verlangen naar een beter leven, ergens, ooit. Want als wij met elkaar de wereld en de kosmos kunnen begrijpen en als ook ons eigen leven naar onze hand kunnen zetten, wat moeten we dan nog met de getuigenis van vrouwen over een leeg graf en opstanding uit de doden?

Maar die theorie blijkt niet op te gaan. Het is niet waar dat we door meer kennis en meer wetenschap minder zijn gaan geloven. Ja, de kerkgang neemt af. Dat is zo. Maar heel veel mensen geloven nog steeds dat er ‘iets’ is tussen hemel en aarde. En dat is niet zo omdat deze mensen zo ‘dom’ zijn, maar omdat ze voelen, ervaren, beseffen dat lang niet álles van het leven in een formule is vast te leggen. Zij en wij maken dingen mee die uitzonderlijk zijn, onbegrijpelijk zelfs. Vreemde dingen die het gewone verstand tarten en toch gebeuren ze.

Er zijn natuurkundigen en andere wetenschappers die juist door hun fundamentele onderzoek tot ontdekking komen dat de menselijke hersenen heel beperkt zijn. Ze ontwaren een geheim achter de dingen, ín de dingen. Ze vermoeden de aanwezigheid van God. Een meer alledaags voorbeeld. Je vriendin is gestorven en zij hield van vlinders. En net op het moment dat je naar haar foto kijkt, komt er een vlinder op het lijstje zitten. Of, je bent zelf heel ziek geweest en hebt toen je zo op de rand van de dood was dingen gezien, die je niet voor mogelijk hield. Sindsdien weet je zeker dat de hemel bestaat.

Ja, er zijn lieden die dergelijke verhalen afdoen als onzin of vage religiositeit. Maar voor jou zijn ze zo zeker als wat…. Ze maken dat je nog steeds gelooft. Ze maken misschien ook wel dat je de vrouwen bij het graf gelooft.

En toch denk ik dat er nog een andere reden is waarom de vrienden van Jezus de vrouwen van kletspraat betichten. Want dat er wellicht méér is tussen hemel en aarde, nou, daar willen de leerlingen misschien nog wel in mee gaan. Er zijn immers heel veel mensen die in ‘iets’ geloven. Maar dat dat ‘iets’ de God van de Bijbel is, bij wie het gaat om drie dingen en dat is geloof, hoop en liefde, en dan vooral de liefde. En dat die liefde zich door niets en niemand laat stoppen. Niet door egoïsme, niet door haat, terrorisme, geld of geweld en zelfs niet door de dood. Dát vinden ze kletspraat!

Natuurlijk zijn Jezus’ leerlingen niet tégen geloof, hoop en liefde. Maar ze vinden wel dat er grenzen aan zitten. Naastenliefde is heus wel goed, maar niet ten koste van alles. En geloven is ook best mooi. Maar niet te overdreven en te radicaal alsjeblieft. En natuurlijk moet je hoop houden, op werk, een relatie, of een fijn bestaan. Maar die hoop slaat nergens op als je te ziek bent of te gehandicapt. Daarom doe je er beter aan om eerst te zorgen dat je je zaakjes op het droge hebt…een goede baan, genoeg geld, een degelijk huis….dan kunnen we ons daarna misschien op hogere of diepere zaken richten.

Het is niet gemakkelijk om je tegen deze realiteitszin te verweren. Toen niet en nu ook niet. Je hoort het van mensen om je heen. Ga jij nog naar de kerk? Lees jij in de Bijbel? Wat moet je toch met dat oude verhaal? Dat is toch kletspraat. Ga toch leuke dingen doen!

Trouwens het ‘kletspraat’ komt niet alleen van anderen. Soms klinkt de reactie van de mannen ook in ons eigen hoofd en hart. Want aan de ene kant houden we ons vast aan God en aan zijn grote verhaal van geloof, hoop en liefde, maar ergens klinkt er ook een stemmetje: is het wel waar? Als we naar al die oorlogen kijken, de ziektes en klimaatproblemen. Hoe kunnen we dan geloven, hopen en liefhebben, hoe kunnen we dan blijven vertrouwen op de werkelijkheid van deze God?

Kletspraat. De schoolbestuurder Pjotr Jan zegt het nog net niet tegen juf Ank. Maar hij geeft haar wel het gevoel, dat zij niet goed wijs is omdat ze weigert te kiezen voor de baan met het hoge salaris. Paul en ik keken al een tijdje niet meer naar de Luizenmoeder. Er werd zo veel gevloekt. De humor sprak niet ons altijd aan. Maar naar aanleiding van een artikel in dagblad Trouw heb ik toch naar de laatste aflevering gekeken. In die aflevering krijgt juf Ank het aanbod om schooldirecteur te worden. De huidige schooldirecteur Anton krijgt namelijk de functie van Pjotr Jan, dat is de man met de stropdas. Hij krijgt een hoge functie bij een woningbouwvereniging. Maar Juf Ank wil geen directeur worden. Ze wil gewoon juf blijven én ze wil overstappen naar de school met de Bijbel. Het valt niet mee om dit aan Pjotr Jan uit leggen. En mijn vraag aan u en jullie is nu: wie van deze twee sprekers bezigt nu kletspraat? Juf Ank of Pjotr Jan?

Boeiend is het om nog even stil te staan bij de zwijgende derde, Anton, de directeur van de school. Hij zit een beetje verdwaasd bij het gesprek. Wat gaat hij doen? Na de monoloog van de juf, die we net hebben gezien, zegt Pjotr Jan: nou, dan ga ik maar. Loop je nog even mee, Anton? Anton staat dan voor de keus. Gaat hij mee in de praat van Pjotr Jan of kiest hij voor het verhaal van juf Ank? Anton zegt, “Nee, ik ga niet mee. Ik blijf bij Ank.”

En ik blijf hier, bij dit oude boek, het grote verhaal van God en mensen. Ja, er zijn mensen die het kletspraat noemen, maar voor mij is het de grond onder mijn voeten. Het verhaal van geloof, hoop en liefde, het verhaal van God – Vader, Zoon en Geest – geeft mij moed en troost, doet mij opstaan, inspireert mij. Het is een verhaal voor winnaars en verliezers, voor heiligen en zondaars, voor levenden en doden. Het is Gods verhaal dat leven geeft.

Amen.