Verlies

Nu de herfst vordert, bereiden we ons voor op Eeuwigheidszondag, die dit jaar op 24 november valt. We gedenken in de ochtenddienst alle gemeenteleden die tussen advent 2018 en nu gestorven zijn. Nabestaanden ontsteken een kaars aan de Paaskaars, symbool van de Opgestane Heer. Na de officiële gedachtenis kunnen ook andere aanwezigen die iemand willen gedenken naar voren komen om een waxinekaarsje aan te steken.

Bij rouw denken we natuurlijk in de eerste plaats aan dierbaren die overleden zijn. Maar je kunt ook rouwen om het verlies van je gezondheid of de baan die zo veel waarde voor je had. Iets of iemand waaraan je gehecht was, die belangrijk voor je was, die jouw leven voor een groot deel vulde, is er niet meer en komt ook niet terug.

Je leven staat op losse schroeven. Je bent verstild, verdoofd, maar soms ook bang, boos, verdrietig. De gevoelens wisselen elkaar af. En ondanks alle kaartjes, bezoekjes en aandacht van je geliefden voel je je een buitenstaander, alleen. De wereld gaat aan je voorbij. Wat jij voelt, voelt de ander niet. Wie ben je eigenlijk zonder die geliefde ander, zonder dat vitale lijf, zonder de baan die je zo veel voldoening en zelfwaarde gaf? Soms raak je ook als gelovige in verwarring. Ineens weet je niet of de hemel wel bestaat, twijfel je aan de goedheid van God of ben je niet meer in staat om te bidden.

Lang niet iedereen ervaart dit alles even heftig of langdurig. Maar veel rouwenden kennen in ieder geval momenten dat ze zich voelen wegzakken in leegte en gemis. Het liefst ren je voor deze gevoelens weg, zoek je afleiding of negeer je de afgrond. Maar op andere momenten durf je toch in de diepte te kijken, hem te voelen en te ervaren. Je rouwt dan voluit en je rouw doet pijn.

Is dit het einde? Veel rouwenden die weten van de diepte van de put, vertellen vaak achteraf dat ze uiteindelijk nieuwe grond onder de voeten hebben gevonden. Sommigen noemen die grond God. Hun geloof is anders geworden. Anders dan de zondagschool het vertelde of de dominee in de preek. Ze ‘bedachten’ of ‘verzonnen’ God ook niet. Nee, Hij was er gewoon. Hij deed zich onmiskenbaar aan hen voor. En ze wisten het zeker: ik ben onderdeel van Gods schepping, ik besta!

Ik denk aan Elia die volgens 1 Koningen 19 elke zin in het leven verloren heeft. Alles is hij kwijt. Waarom zou hij nog door gaan? Terwijl hij zich overgeeft aan zijn wanhoop legt een man Gods brood en water voor hem klaar. Het begin van een hernieuwd bestaan.

Ds. Hetty Boersma